UITVOERINGSBELEID EVENEMENTEN GEMEENTE DOETINCHEM 2007 e.v.
BELEIDSREGELS TER REGULERING VAN EVENEMENTEN IN DE GEMEENTE DOETINCHEM
Vastgesteld door het college op 2 juni 2008
Inhoud
1 Inleiding
1.1 Algemeen
In een centrum gemeente als Doetinchem worden regelmatig evenementen en feesten georganiseerd, zoals kermissen, braderieën, stadsfeest, carnavalsoptochten, muziekevenementen en wijkfeesten. Dit soort activiteiten behoren bij een levendige stad die Doetinchem graag wil zijn.
Veel van deze evenementen en festiviteiten spelen zich af in en rondom het centrum van Doetinchem, maar ook op andere plaatsen, zoals bijvoorbeeld in Gaanderen en Wehl of op de Varkensweide en in woonwijken. Het is de uitdaging van de gemeente om enerzijds evenementen en festiviteiten mogelijk te maken en de overlast en hinder die deze met zich mee kunnen brengen voor de omgeving, zoveel mogelijk te beperken. Ernstige hinder en gevaar voor de omgeving moet voorkomen worden. Daarnaast dient een evenement op een veilige en verantwoorde manier plaats te vinden. Het is mede een taak van de gemeente hiervoor zorg te dragen.
Bepalend bij mogelijk maken en houden van de evenementen van een evenement is de mate waarin de directe omgeving overlast ervaart en in welke vorm dat gebeurt. Of de omgeving overlast ervaart van evenementen en festiviteiten is afhankelijk van verschillende factoren. De factoren die met name er voor zorgen dat iemand overlast ervaart van een bepaalde activiteit, zijn:
het geproduceerde geluidsniveau;
de aard van het geluid (de waardering verschilt tussen bijvoorbeeld live rockband, bellen en sirenes bij een kermis, een klassiek orkest of een draaiorgel);
eerdere ervaringen met geluidsoverlast;
het tijdstip, de eindtijd en de tijdsduur;
het moment in de week (als de dag na het evenement een werkdag is, dan zal de acceptatiegraad lager zijn);
het totaal aantal evenementen dat op dezelfde locatie of in de omgeving wordt georganiseerd;
de bereikbaarheid van bijvoorbeeld eigen woning of werkplek tijdens evenementen;
wegafsluitingen;
parkeeroverlast;
de vervuiling door (zwerf)afval.
de aard van het evenement en de bezoekers ervan
Maatregelen om de overlast zoveel mogelijk te beperken, moeten zich dan ook met name op bovenstaande factoren richten. Veel overlast kan worden voorkomen door naleving van de voorschriften die als algemene regels aan de vrijstelling worden verbonden. Deze staan vermeld in het uitvoeringsbesluit “Algemene voorschriften ten behoeve van vrijgestelde evenementen”. Deze algemene regels kunnen tevens als voorwaarde aan een vergunning worden verbonden. Aanvullende voorschriften uit het pakket “Standaardvoorschriften ten behoeve van Evenementenvergunningen” kunnen de vergunning completeren.
Instrumenten zoals vergunningverlening en handhaving kunnen door de gemeente worden ingezet om deregulering en de evenementen tot een succes te maken. Er zal dan ook duidelijk gemaakt moeten worden hoe wij daarmee omgaan.
Het doel is dan ook om beleid op te stellen dat aangeeft welke richtlijnen de gemeente zal hanteren bij beslissingen omtrent evenementen en festiviteiten op het gebied van vergunningverlening en handhaving.
1.2 Uitvoerings- en strategischbeleid
Het gemeentelijk evenementenbeleid is te onderscheiden in uitvoeringsbeleid en strategisch beleid.
Het uitvoeringsbeleid met betrekking tot evenementen is een passieve benadering van evenementen in deze gemeente. Het is uitsluitend gericht op het proces met betrekking tot het toestaan of weigeren van evenementen. Dit proces is gebaseerd op het juridisch kader en behelst vastgelegde afspraken met betrekking tot de vergunningverlening, de handhaving, en daarnaast de eventuele ondersteuning van de organisatie bij de uitvoering van het evenement.
Deze notitie beperkt zich tot het uitvoeringsbeleid met betrekking tot evenementen.
Het strategisch beleid met betrekking tot evenementen is een actieve benadering en behelst onder andere de volgende zaken:
- Acquisitie
Het bepalen van de aard van de evenementen die de gemeente wil versterken dan wel aanmoedigen;
- Facilitering
Het zoeken naar locaties voor verschillende soorten evenementen. (Hiermee is niet bedoeld het verlenen van toestemming c.q. de ontheffing voor het gebruik van de weg), De aanleg van riolering en elektriciteitsaansluitingen;
- Subsidie
Het verlenen van een financiële of andere ondersteuning;
- Toekomstvisie
Het opstellen van een visie waarin wordt aangegeven welke koers de gemeente wil uitzetten en hoe er in de toekomst moet worden ingespeeld om de hier bovenstaande punten mogelijk te maken.
In het strategisch beleid voor de gemeente Doetinchem is vooralsnog vastgelegd in de nota 'Drukte van Belang'. Een herziening van de hierin opgenomen visie, waarmee aandacht zal worden geschonken aan de wijze waarop 'meer gezicht zal worden gegeven aan Doetinchem', is thans in voorbereiding.
2 Juridisch kader
2.1 Wet- en regelgeving
De Algemene plaatselijke verordening (hierna: Apv) is de belangrijkste regelgeving waarmee rekening moet worden gehouden bij het organiseren van een evenement. In deze verordening staan onder andere verbodsbepalingen, bijvoorbeeld dat er zonder vergunning bepaalde evenementen niet gehouden mogen worden. Openbare orde, veiligheid en bescherming van de omgeving zijn de voornaamste uitgangspunten die zijn gehanteerd bij het stellen van de regels in de Apv.
Naast de Apv kunnen veel wet- en regelgevingen van toepassing zijn. Vanuit deze wet- en regelgevingen zijn diverse beleidsstukken op evenementen van toepassing. Hieronder volgen de belangrijkste wetten met daarachter de activiteit waar het o.m. op van toepassing is:
Drank- en Horecawet (o.a. verkoop van drank)
Warenwet (o.a. voedsel- en attractieveiligheid1)
Wegenverkeerswet (vanwege het gebruik van de openbare weg)
Wet milieubeheer (vanwege festiviteiten binnen inrichtingen, de zogenoemde twaalf dagen regeling)
Wet op de ruimtelijke ordening (gebruik van het evenemententerrein)
Woningwet (bouwwerken zoals tenten en podia, gebruiksvergunning)
Wet op de Kansspelen (het houden van een verloting of ‘rad van fortuin’
Alle activiteiten die op grond van de deze wetten verboden zijn, kunnen niet met een Apv-vergunning worden toegestaan tenzij in de betreffende wet daartoe uitdrukkelijk de mogelijk voor geboden wordt.
2.2 Algemene plaatselijke verordening
Evenementen zijn doorgaans onderhevig aan een veelvoud aan regelgeving. Veelal zijn er meerdere bepalingen van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Doetinchem 2005 (hierna: Apv) van toepassing, omdat het evenement meerdere vergunningplichtige activiteiten bevat.
Wat onder een evenement moet worden verstaan, staat omschreven in artikel 2.2.1 van de Apv. In het kader van de uitwerking van deze beleidsnotitie zijn met name de artikelen 2.1.5.1 en 2.2.2 van belang.
In artikel 2.2.2 is bepaald dat het verboden is zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. Voor bepaalde door de burgemeester aangewezen evenementen is een vrijstelling mogelijk.
Een vergunning kan geweigerd worden in het belang van:
de openbare orde;
het voorkomen of beperken van overlast;
de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen;
de zedelijkheid of gezondheid.
De burgemeester heeft middels een uitvoeringsbesluit bepaalde categorieën evenementen aangewezen waarvoor geen vergunning vereist is.
Een vrijgesteld evenement kan uiteraard niet worden geweigerd. Wel kan er op basis van controles worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een situatie die vrijgesteld is. Dan moet er gehandhaafd worden op de gestelde voorschriften of de situatie moet worden beëindigd. Indien de situatie het toelaat kan er alsnog een aanvraag voor een vergunning worden verlangd.
Braderieën en jaarmarkten
Ook braderieën en de daarmee gelijkgestelde jaarmarkten worden in artikel 2.2.1 van de Apv aangemerkt als evenementen. Dit in tegenstelling tot de wekelijks warenmarkt, die op dinsdag en zaterdag wordt gehouden bij het stadhuis, waarvoor een marktverordening geldt. De warenmarkt valt dan ook buiten deze notitie. Voor braderieën en jaarmarkten zijn daarom in deze notitie afzonderlijke beleidsregels opgenomen.
Vlooienmarkten en snuffelmarkten
Naast de hiervoor genoemde markten waar voornamelijk bedrijfsmatig goederen aan particulieren worden verkocht, zijn er ook markten waar particulieren, op al dan niet door een ondernemer of onderneming bedrijfsmatig georganiseerd, goederen plegen te verkopen. Voor dergelijke markten is o.g.v. artikel 5.2.4 van de Apv een vergunning van de burgemeester vereist. Om te voorkomen dat dit soort markten de openbare orde en/of de reguliere markten kunnen schaden, zijn daartoe beleidsregels vastgesteld welke eveneens in deze notitie zijn opgenomen.
Betaald voetbal
Voor Betaald voetbalwedstrijden zijn onder artikel 2.2.4 afzonderlijke bepalingen in de Apv opgenomen en zijn in het kader van de openbare orde en veiligheid nadere afspraken vastgelegd in een met VBV de Graafschap gesloten convenant. Betaald voetbalwedstrijden vallen om die reden in beginsel niet onder de reikwijdte van deze notitie. Wel zal bij het vaststellen van de evenementenkalender (dit komt later in deze notitie aan de orde) met het speelschema van de geplande voetbalwedstrijden rekening worden gehouden.
2.3 Overige regelgeving
2.3.1 Winkeltijdenwet/-verordening
Het in het kader van een evenement voor het publiek geopend houden van een winkel, is slechts toegestaan indien dit op grond van de Winkeltijdenwet geoorloofd is. Voor zover het geopend zijn van de winkel buiten de wettelijke openingstijden ligt, is daarvoor een ontheffing van burgemeester en wethouders vereist. Uitgezonderd hierop zijn de 12 jaarlijks aangewezen 'koopzondagen' en de bijzondere gelegenheden van tijdelijke aard, waarvoor op grond van artikel 7 van de Winkeltijdenverordening een ontheffing kan worden verleend.
2.3.2 Warenwet
De Warenwet stelt regels in het belang van de volksgezondheid, de eerlijkheid in de handel en de goede voorlichting over die waren. Voor de consument is de Warenwet heel belangrijk omdat deze wet zich richt op de producten zoals ze aan consumenten worden verkocht; de laatste schakel in de productieketen. De Warenwet valt onder eindverantwoordelijkheid van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Op de naleving wordt toegezien door de Voedsel- en Waren Autoriteit.
2.3.3 Besluit brandveilig gebruik bouwwerken
Naast een evenementenvergunning kan tevens een gebruiksmelding of -vergunning op basis van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken (hierna: het Gebruiksbesluit) zijn vereist. Dit besluit wordt naar verwachting in augustus 2008 van kracht.
De verwachting is dat de grens, waarbij een tijdelijk bouwwerk (geen tent zijnde) onder de reikwijdte van het gebruiksbesluit valt, op 50 personen blijft. De grens tussen de gebruiksvergunningvrij, meldingsplicht en de vergunningplicht wordt o.a. bepaald door de inrichting van het bouwwerk, de gebruiksoppervlakte en de diverse brandveiligheidsmaatregelen die getroffen zullen zijn.
Vrijstelling gebruik tenten
Voor tenten geldt het gebruiksbesluit niet tenzij deze langer dan 5 dagen achtereen is opgericht en/of er een bouwvergunning is vereist. Hiervoor geldt wel een gebruiksvergunningplicht zodra er meer dan 50 personen tegelijkertijd in de tent aanwezig kunnen zijn. Een vrijstelling van deze plicht is van toepassing op het in gebruik hebben of houden van tenten tot de grens waarbij meer dan 50 zelfredzame personen gelijktijdig in de tent aanwezig zijn en/of er meer dan 10 niet zelfredzame personen2 gelijktijdig in de tent aanwezig zijn en/of er meer dan 10 personen gelijktijdig in de tent slapen. Bovendien moet er worden voldaan aan de door burgemeester en wethouders gestelde voorschriften die in het kader van de (brand)veiligheid aan het gebruik van tenten zijn verbonden. Worden de genoemde aantallen personen overschreden dan geldt als aanvullende grens dat de te gebruiken tenten niet groter mogen zijn dan 500 m² en er per persoon meer dan 1,2 m² gebruiksoppervlak beschikbaar moet zijn.
De voorschriften die aan de vrijstelling zijn verbonden zijn door de brandweer opgesteld en wijzigingen zullen door hen worden geverifieerd.
Gebruiksvergunning tent of inrichting
Valt het gewenste gebruik van de tent buiten het kader van de vrijstelling dan kan er op basis van de bouwverordening een gebruiksvergunning vereist zijn. Het moet dan gaan om inrichtingen, niet zijnde een bouwwerk als bedoeld in de Woningwet en het Bouwbesluit. Onder een inrichting3 wordt verstaan een voor mensen toegankelijke ruimtelijk begrensde plaats. In de verordening is aangegeven voor welke inrichtingen een vergunning van het college is vereist. Bij evenementen gaat het vaak om het plaatsen van een tent met een capaciteit van 50 of meer personen of om een terrein dat volledig wordt afgezet met hekken waarbinnen meer dan 50 mensen gelijktijdig aanwezig zullen zijn. Deze vergunning moet samen met de evenementenvergunning minstens 12 weken voor aanvang van het evenement aangevraagd worden. De brandweer behandelt deze aanvragen.
2.3.4 Drank en horecawet
Voor het mogen verstrekken van (zwak)alcoholische dranken op de openbare weg is een ontheffing op grond van artikel 35 van de Drank- en Horecawet noodzakelijk. Deze ontheffing kan door de burgemeester worden verstrekt bij bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard, zoals bij evenementen.
In het belang van de beheersbaarheid, maar ook rekening houdend met de afspraken omtrent alcoholmatiging hanteert de burgemeester hierin een vaste beleidslijn. Deze zijn in § 3.3.3 nader uiteengezet.
2.3.5 Wet milieubeheer
De Wet milieubeheer regelt in een aantal gevallen de bescherming van de omgeving waar een evenement plaatsvindt.
Collectieve en incidentele festiviteiten
Met betrekking tot festiviteiten zijn in hoofdstuk 4 van de Apv bepalingen opgenomen, ook wel de "twaalf-dagen regeling" genoemd. Deze maken het voor bedrijven (inrichtingen in het kader van de Wet milieubeheer) mogelijk om onder voorwaarden ontheffing te krijgen van de geluidsvoorschriften. Artikel 2.21 van het Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer geeft aan dat de geluidsvoorschriften niet nageleefd hoeven te worden als dit het gevolg is van festiviteiten die middels een gemeentelijke verordening zijn aangewezen. Wel kunnen er op basis van de Apv geluidsbeperkende maatregelen aan de festiviteiten worden verbonden om de geluidsoverlast beperkt te houden.
Bij festiviteiten wordt er een onderscheid gemaakt tussen collectieve en incidentele festiviteiten. Onder collectieve festiviteit wordt verstaan een festiviteit die niet specifiek aan één inrichting is verbonden. Een incidentele festiviteit is een festiviteit of activiteit die gebonden is aan één inrichting.
Het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer geeft het kader aan wat onder een inrichting wordt verstaan. Het gaat daarbij om bedrijven die voldoen aan de type aanduiding uit het besluit A of B. Hierbij moet niet alleen gedacht worden aan horecabedrijven, sport- en recreatiebedrijven maar ook aan bedrijven uit het MKB zoals metaalbewerkingsbedrijven.
Op dit moment kan het college op grond van artikel 4.1.2 van de Apv dagen of delen van dagen, al dan niet op verzoek, aanwijzen als collectieve festiviteit. Dit heeft tot gevolg dat de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het besluit niet gelden op deze aangewezen dagen voor de aangewezen delen van de gemeente. Om excessen te voorkomen is er een beleidsregel opgesteld met daarin de eisen wanneer men in aanmerking komt voor een aanwijzing.
Het college kan op grond van artikel 4.1.3 Apv dagen of delen van dagen, na een verzoek daartoe, aanwijzen als incidentele festiviteit voor een specifieke inrichting. Dit heeft als gevolg dat dezelfde artikelen van het besluit als bij de collectieve festiviteiten niet van toepassing zijn op deze aangewezen dagen voor de aangewezen inrichting. Het college kan maximaal 12 dagen aanwijzen per inrichting.
Vuurwerk
Bij veel grotere evenementen wordt een afsluiting met vuurwerk georganiseerd. Vanwege de gevaarsaspecten en de benodigde specialistische kennis die benodigd is om een dergelijke activiteit te vergunnen is er door middel van het Vuurwerkbesluit geregeld dat de provincies hiervoor vergunningen mogen verlenen. De burgemeester wordt in voorkomende situaties gevraagd om een verklaring van geen bezwaar te verlenen. Het Vuurwerkbesluit heeft zijn grondslag in onder andere de Wet milieubeheer.
Paas-, vreugde- en kampvuren
Een bij evenementen regelmatig gebezigde activiteit met een bijzonder milieuaspect zijn de Paas-, vreugde- en kampvuren. Voor het stoken van vuren geldt een verbod op basis van artikel 10.2 lid 1 van de Wet milieubeheer (het zogenoemde stookverbod). Het college kan op basis van artikel 10.63 lid 2 van dezelfde wet een ontheffing verlenen van het verbod.
2.3.6 Wegenverkeerswet
Indien in het kader van het te houden evenement gebruik wordt gemaakt van de openbare weg en dit gebruik van invloed is voor de overige verkeerdeelnemers, zoals bij een tijdelijke afsluiting van de weg of parkeerterrein of bij een wedstrijd met voertuigen op de weg, dan is in de regel een verkeersbesluit vereist. De bevoegdheid hiervoor van het college van burgemeester en wethouders is geregeld in de Wegenverkeerswet.
2.3.7 Besluit niet aangewezen luchtvaartterreinen
Voor het opstijgen en/of landen van een luchtvaartuig (helikopter), het opstijgen van een heteluchtballon of het oplaten van een kabelballon is o.g.v. het Besluit niet aangewezen luchtvaartterreinen (14 oktober 1988) een verklaring van geen bezwaar vereist van de burgemeester van het gebied binnen de gemeente waarbinnen de landing resp. opstijging plaatsvindt.
Het aantal verzoeken om een verklaring van geen bezwaar dat jaarlijks op basis van bedoeld Besluit wordt aangevraagd is dusdanig gering dat een regulering ervan vooralsnog niet noodzakelijk wordt geacht.
Indien een verklaring is vereist vanwege een opstijging in het kader van een evenement, zullen de daaraan gestelde randvoorwaarden integraal worden opgenomen in de vergunning die aan de organisatie van het evenement wordt verleend.
2.3.8 Wet op de Kansspelen
Indien er tijdens een evenement tevens een verloting wordt gehouden of prijzen kunnen worden gewonnen met het 'Rad van fortuin', dan is daarvoor op grond van artikel 3 van de Wet op de Kansspelen een afzonderlijke vergunning vereist dan wel moet op grond van artikel 7 van die Wet, een meldingformulier worden ingediend.
2.3.9 Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus
De Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (hierna: Wpbr) regelt onder andere het verbod om zonder vergunning beveiligingswerkzaamheden te verrichten. De regeling en de circulaire van de Wpbr geven regels aan met betrekking tot de uitvoering.
Beveiligingswerkzaamheden zijn:
het voorkomen van verstoring van de rust en orde;
bewaken van de veiligheid van personen en goederen;
ingrijpen bij onregelmatigheden;
mogelijk lijfelijk contact met het publiek bij onregelmatigheden;
3 Procedures en Beleidsregels
Er zijn diverse soorten evenementen en festiviteiten. Om in te spelen op de mogelijkheden die binnen de wet- en regelgeving mogelijk zijn is gekozen voor een categorie-indeling. Voor elk van deze categorieën zijn een aantal basisregels, de algemene beleidsregels, van toepassing. Daarnaast gelden voor bepaalde evenementen bijzondere beleidsregels of kan een vrijstellingsregeling van toepassing zijn. In dit hoofdstuk zullen allereerst de categorieën evenementen worden benoemd waarna de vergunningprocedure en de werkwijze worden toegelicht. Vervolgens worden de evenementen, waarop een bijzondere regelgeving of een afwijkende beleidsregel van toepassing is, behandeld. Als laatste wordt de evenementenkalender als apart sturingsinstrument voor de (middel-)grote evenementen behandeld.
3.1 Indeling evenementen en andere festiviteiten
Op basis van de grootte van een evenement en het verschil tussen evenement en festiviteit kan de volgende categorie-indeling worden gekomen:
Categorie-indeling
grote evenementen: elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak met een verwacht bezoekers/deelnemers aantal van meer dan 2000;
middelgrote evenementen: elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak met een verwacht bezoekers/deelnemers aantal van 200 tot 2000;
klein evenement: elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak met een verwacht bezoekers/deelnemers aantal van minder dan 200;
feest als bedoeld in art. 2.2.1 van de Apv: besloten verrichting van vermaak met een verwacht bezoekers/deelnemers aantal van minder dan 200;
collectieve festiviteit: activiteit die plaats vindt in het kader van een feestelijke gebeurtenis en die niet specifiek aan één inrichting is gebonden;
incidentele festiviteit: activiteit die plaats vindt in het kader van een feestelijke gebeurtenis en die is gebonden aan één inrichting.
De eerste vier activiteiten kunnen zowel op de openbare weg als in de openbare ruimte plaats vinden. De activiteiten genoemd onder 5 en 6 vinden altijd binnen een inrichting4 plaats.
3.2 Vergunningprocedure
Voor de vrijgestelde evenementen geldt geen procedure. Dit in tegenstelling tot de vergunningplichtige evenementen en de festiviteiten. Voor een vergunning geld de verkorte procedure uit de Awb. Bij collectieve festiviteiten wijst het college daarvoor dagen of delen van dagen aan. Tot het aanwijzen van een incidentele festiviteit kan het college pas overgaan, nadat hiertoe een verzoek is ingediend door de exploitant van de desbetreffende inrichting.
3.2.1 Aanvraag
Een vergunning ten behoeve van evenementen als bedoeld in artikel 2.2.2 van de Apv moet tijdig worden aangevraagd. Hiervoor zijn criteria opgenomen in Apv.
Op grond van artikel 1.3 van de Apv kan de burgemeester of het college van burgemeester en wethouders de vergunning aanvraag niet-ontvankelijk verklaren.
Voor evenementen die voldoen aan de daarvoor door de burgemeester, respectievelijk het college van burgemeester en wethouders vastgestelde criteria, geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht.
Op basis van het doorlopen van een vragenlijst (Toetsingslijst voor beoordeling evenementen "Vrijstelling of vergunningplicht") kan worden vastgesteld of het voorgenomen evenement is vrijgesteld.
Voor het indienen van de aanvraag wordt van een speciaal daarvoor beschikbaar gestelde aanvraagformulier gebruik gemaakt. In het formulier staat vermeld welke aanvullende gegevens er bij de aanvraag moeten worden gevoegd.
Bij de beoordeling van een aanvraag om vergunning worden de volgende belangen in aanmerking genomen:
de mate waarin door het evenement beslag wordt gelegd op de ruimte, de tijd en de hulpdiensten;
het aantal bezoekers dat wordt verwacht;
of de aard van het evenement zich verdraagt met het karakter of de bestemming van de gevraagde locatie;
of er gevaar bestaat voor de openbare orde, gezondheid of veiligheid, waaronder de brandveiligheid en het belang van het voorkomen van wanordelijkheden;
of er gevaar bestaat voor belemmeringen van het verkeer;
of er gevaar bestaat voor een onevenredige belasting van het woon- of leefklimaat in de omgeving van het evenement;
of er gevaar bestaat voor verontreiniging, aantasting van het uiterlijk aanzien van de gemeente, beschadiging van de groenvoorzieningen of van voorzieningen voor het openbaar nut;
of de organisator voldoende waarborgen biedt of kan bieden voor een goed verloop van het evenement, gelet op de eerder vermelde belangen;
of de organisator voldoende waarborgen biedt om de schade aan het milieu te voorkomen dan wel zoveel mogelijk te beperken.
3.2.2 Afstemmingsoverleg
Nadat een vergunningaanvraag voor een evenement is ingediend en ontvankelijk is verklaard wordt er, voor zover dit door een van de betrokken partijen wenselijk wordt geacht, een afstemmingsoverleg gevoerd. Bij dit overleg zullen de vertegenwoordigers aanwezig zijn van alle gemeentelijke afdelingen en diensten, die betrokken zijn bij de vergunningverlening van een evenement. Ook kunnen andere belangenpartijen voor deelname aan dit overleg worden uitgenodigd. Ter voorbereiding van dit overleg ontvangen alle partijen een kopie van de aanvraag. Tijdens dit overleg zal integraal een voorlopig advies worden geformuleerd.
Na het afstemmingsoverleg kan de vergunningaanvraag verder in behandeling worden genomen. Bij de beoordeling zal rekening worden gehouden met de op de concept-evenementenkalender ingebrachte zienswijzen. Deze zienswijzen kunnen redenen zijn om aan de vergunning nadere voorschriften te verbinden, dan wel de gevraagde vergunning te weigeren.
Het besluit wordt bekend gemaakt door toezending aan de verzoeker en publicatie ervan op de gemeentepagina van het huis-aan-huis blad.
De aanvraag met eventuele bijlagen alsmede het besluit wordt in bijzondere gevallen ter inzage gelegd in de gemeentewinkel. Binnen deze periode kan een ieder kennis nemen van de beslissing en kunnen belanghebbenden eventueel bezwaar maken tegen het besluit. Van het besluit worden alle gemeentelijke diensten en afdelingen, die belast zijn met het toezicht op het evenement, desgewenst door middel van een afschrift ervan, in kennis gesteld.
3.2.3 Bezwaar
Op grond van artikel 7.1 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht kunnen belanghebbenden binnen zes weken na de bekendmaking van het besluit bezwaar indienen bij het bevoegd gezag. Tijdens een hoorzitting gehouden door de Commissie voor bezwaar (Algemene kamer) kan de indiener zijn bezwaar mondeling toelichten. De commissie streeft ernaar alle bezwaren voor aanvang van het evenement te behandelen. Soms is dit door omstandigheden niet mogelijk; dan weegt het advies van de commissie mee bij toekomstige evenementen.
Het indienen van het bezwaarschrift schort de werking van het besluit (de vergunning te verlenen) niet op. Dat betekent dat, in het geval tot vergunningverlening is besloten, de vergunning geldig blijft en het evenement doorgang kan vinden.
Indien een spoedeisend belang aanwezig is, kan de indiener van het bezwaarschrift schorsing van het besluit en/of een voorlopige voorziening vragen in een afzonderlijk verzoekschrift aan de Voorzieningenrechter van de Rechtbank te Zutphen.
3.3 Beleidsregels naar evenementensoort
Het aantal soorten evenementen zijn bijna oneindig. Echter, veel evenementen zijn onder een noemer te brengen. Daardoor is het mogelijk om voorafgaand aan de vergunningverlening een aantal zaken vast te leggen in beleidsregels.
3.3.1 Algemeen
Het is mogelijk dat evenementen en festiviteiten gelijktijdig plaatsvinden en deels samenvallen. Bijvoorbeeld als in het kader van een evenement in de binnenstad, de horecabedrijven hieraan ook aandacht besteden zoals met Koninginnedag. Op dit soort situaties zijn de afzonderlijke beleidsregels per onderdeel van toepassing, tenzij de regels in tegenspraak met elkaar zijn. In dat geval zal er gemotiveerd de best mogelijke situatie in de vergunning worden opgenomen.
3.3.2 Aanwijzen van collectieve en incidentele festiviteiten
Gelijktijdig met de bekendmaking en terinzagelegging van de concept-evenementenkalender, zal het conceptbesluit inzake het aanwijzen van dagen of delen van dagen als collectieve festiviteit bekend worden gemaakt en ter inzage worden gelegd. Deze dagen of dagdelen zullen na overleg met de horecavereniging worden vastgesteld. Belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld om gedurende de periode van terinzagelegging naar keuze schriftelijk of mondeling hun zienswijzen in te brengen. Vervolgens zal het besluit definitief worden vastgesteld door het college. Het
definitieve besluit zal gepubliceerd worden op de gemeentepagina van een huis aan huis blad.
De uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing. Tegen het definitieve besluit kan beroep worden ingesteld. Collectieve festiviteiten die later worden aangemeld dan 1 november zullen in beginsel niet worden toegewezen. De dagen die als collectieve festiviteit zijn aangewezen worden opgenomen in de evenementenkalender.
Voor het aanwijzen van incidentele festiviteiten geldt dat de exploitant van een inrichting hiertoe een verzoek moet indienen bij het college. Dit verzoek moet minstens acht weken voor aanvang van de beoogde incidentele festiviteit ingediend zijn bij het college. Wordt een verzoek later ingediend dan acht weken, dan kan dit tot gevolg hebben dat het verzoek wordt afgewezen. De verzoeker kan gebruik maken van een standaard formulier dat is te verkrijgen bij de evenementencoördinator. Het college zal per inrichting maximaal acht dagen of delen van dagen aanwijzen als incidentele festiviteit. Een incidentele festiviteit kan slechts plaatsvinden, nadat het college op het verzoek schriftelijk heeft beslist. Tegen deze beslissing kan bezwaar gemaakt worden. Een mededeling over dit besluit zal gepubliceerd worden op de gemeentepagina van het huis-aan-huisblad. De exploitant van de inrichting is verplicht om omwonenden tijdig op de hoogte stellen van de voorgenomen festiviteit.
Het college heeft de mogelijkheid om een festiviteit die redelijkerwijs niet te voorzien is, terstond als incidentele of collectieve festiviteit aan te wijzen. Van deze mogelijkheid zal niet snel gebruik worden gemaakt, slechts in uitzonderlijke situaties kan het college beslissen van deze bevoegdheid gebruik te maken. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn als er een onvoorzien heuglijk persoonlijk- of bedrijfsfeit heeft plaatsgevonden of als voetbalclub De Graafschap kampioen wordt).
3.3.3 Drank- en horecawet
Een ontheffing voor het verstrekken van zwakalcoholische drank wordt uitsluitend verleend ten behoeve van een bijzondere gelegenheid van zeer tijdelijke aard. Dit is vastgelegd in artikel 35 van de wet. In het belang van de openbare orde, de beheersbaarheid ervan tijdens evenementen en met het oog op de gemaakte afspraken in het kader van de alcoholmatiging, geldt als vaste beleidslijn dat het verstrekken van alcoholhoudende drank een ondergeschikt onderdeel uitmaakt van de bijzondere gelegenheid (m.a.w. de drankverstrekking mag niet op zichzelf staan). Tegelijkertijd moet het gebruik van alcoholhoudende drank bijdragen aan het welslagen van het evenement.
Een ontheffing wordt uitsluitend verleend aan de organisator van het evenement of aan een door hem daartoe (al dan niet middels een contract) aangewezen natuurlijke- of rechtspersoon. De ontheffing moet minstens 8 weken voor aanvang van het evenement/festiviteit aangevraagd worden.
De verstrekking van de (zwak)alcoholische dranken dient onder onmiddellijke leiding te staan van een persoon van tenminste 21 jaar, die voldoet aan de zedelijkheidseisen en in het bezit is van een verklaring Sociale Hygiëne. De drankverstrekking alsmede de consumptie ervan geschiedt binnen een daarvoor van het overige deel van de openbare weg afgescheiden ruimte.
3.3.4 Vuurwerk en/of carbidschieten
De verklaring van geen bezwaar zoals omschreven in § 2.3.5 wordt uitsluitend gegeven als het vuurwerk op de beoogde locatie op dat moment geen gevaar of hinder oplevert voor de omgeving en het gebruik van het terrein niet leidt tot onherstelbare schade. Een verklaring wordt slechts gegeven voor het ontsteken van vuurwerk in het kader van een bijzonder gelegenheid van zeer tijdelijke aard.
De beleidsregels met betrekking tot het carbidschieten worden in § 5.1 (als bijzonder evenement) nader omschreven.
3.3.5 Paas-, vreugde- en kampvuren
Voor het stoken van paas-, vreugde- en kampvuren wordt aangesloten bij het ‘regionaal ontheffingenbeleid verbod verbranden afvalstoffen buiten inrichtingen’ (2 september 2003). Hierin ligt het kader besloten wanneer er gestookt mag worden en wanneer er met alternatieven moet worden gewerkt. Daarnaast geeft artikel 5.5.1 lid 4 onder d van de Apv een aantal uitzonderingen waarbij het stookverbod niet geldt. Dit is het geval als het stoken geen gevaar, overlast of hinder oplevert.
3.3.6 Betaald voetbalwedstrijden
Onder betaald voetbalwedstrijden worden alle voetbalwedstrijden verstaan waaraan een officieel erkende profclub wordt deelgenomen. Dit zijn dus niet alleen de wedstrijden die door of namens de VBV De Graafschap worden georganiseerd, maar kunnen ook een door een amateurclub binnen de gemeente georganiseerde wedstrijd zijn waaraan een profclub deelneemt.
Voor al deze wedstrijden geldt een meldingsplicht conform de daarvoor afzonderlijk vastgestelde beleidsregel.
In het kader van dit evenementenbeleid is het van belang dat er goede afstemming is van te plannen evenementen op het jaarlijks door de KNVB in overleg met de VBV de Graafschap en de burgemeester vastgestelde speelschema van de betaaldvoetbalcompetitie.
3.3.7 Markten en braderieën
De warenmarkten worden tweemaal per week gehouden. Zij voorzien in de behoefte aan ambulante handel in deze gemeente. Aan de instandhouding van deze voorziening wordt door het college grote waarde gehecht. Daarom wordt terughoudend omgegaan met betrekking tot overige in de gemeente te houden activiteiten waaraan middels ambulante handel invulling wordt gegeven. Voor braderieën, jaarmarkten en daarmee vergelijkbare markten die plaatsvinden op de weg of op voor publiek toegankelijke pleinen en open plaatsen, zullen geen vergunningen worden afgegeven. Als de activiteit wordt gehouden in het kader van een bijzondere gebeurtenis of festiviteit en deze door of ten behoeve van ter plaatse gevestigde ondernemers wordt georganiseerd kan hiervan worden afgeweken.
3.3.8 Beurzen en themamarkten
Beurzen en themamarkten zijn doorgaans commercieel opgezette evenementen met als doel het bevorderen van de verkoop van producten aan particulieren. Vanwege de verkoop van goederen en/of het ter bezichtiging uitstallen van goederen vallen deze evenementen tevens onder het regime van de Winkeltijdenwet.
Voor zover er sprake is van een beurs met een regionale uitstraling en waarbij de ter bezichtiging uitgestalde goederen een representatief beeld geven de in deze gemeente en/of regio verkrijgbare producten, zal het college tevens de o.g.v. artikel 7 van de Winkeltijdenverordening vereiste ontheffing verlenen.
Beurzen en themamarkten waarvoor niet tevens een ontheffing op grond van de Winkeltijden verordening is vereist en waarvan het plaatsvinden ervan, vanwege de aard en omvang, geen afbreuk doet aan de reguliere markt, zijn vrijgesteld van de vergunningsplicht als bedoeld in artikel 2.2.2. Apv.
3.3.9 Vlooienmarkten, snuffelmarkten e.d.
Zoals in paragraaf 2.2 reeds is aangegeven is er een duidelijk onderscheid tussen braderieën, jaarmarkten e.d. en de vlooienmarkten, snuffelmarkten en rommelmarkten. De laatst genoemde categorieën onderscheiden zich door het feit dat de handel, die er plaatsvindt, overwegend geschiedt door particulieren.
In het verleden waren het voornamelijk verenigingen en instellingen die dergelijke markten organiseerden, maar in toenemende mate zijn vlooienmarkten en aanverwante markten bedrijfsmatig qua opzet en worden zowel particulieren als verenigingen gelegenheid gegeven om van de geboden faciliteiten gebruik te maken teneinde aan particulieren (al dan niet tweedehands-) goederen te verkopen.
In het belang van de openbare orde is het wenselijk om de bedrijfsmatig opgezette vlooienmarkten en aanverwante particuliere markten te reguleren. Het aantal vergunningen dat jaarlijks hiervoor zal worden verleend bedraagt daarom ten hoogste zes voor de gehele gemeente.
3.3.10 Circussen
Van alle soorten evenementen die jaarlijks worden gehouden, vervullen circussen een uitzonderlijke rol en positie. Deze rol is mede ingegeven door de status dat een circus een soort van 'cultureel erfgoed' met zich mee draagt. Om recht te doen aan die status en om te voorkomen dat door een veelheid aan vergelijkbare evenementen het bestaansrecht ervan verloren gaat, zal daar waar mogelijk een circus worden toegelaten. In 1998 is er wel een beperking ten aanzien van de varkensweide vastgelegd. Deze beperking bestaat uit het fit dat er maar één circus per jaar op het terrein zal worden toegelaten. De toekenning van de jaarlijkse vergunning op de Varkensweide vindt zo veel mogelijk bij toerbeurt plaats, waarbij tevens rekening wordt gehouden met de ervaringen m.b.t. de aanvrager over de afgelopen vergunde periode.
Circusdieren
Voor circusdieren is nog geen aparte regelgeving. Op deze dieren zijn natuurlijk wel alle algemene regels van toepassing. In het belang van het welzijn voor dieren, zal bij de te verlenen vergunning met nadruk worden gewezen op naleving van de bepalingen zoals vermeld in de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren.
3.3.11 Wedstrijden met transportmiddelen
Voor het houden van wedstrijden met transportmiddelen, zoals auto's en motoren, zal alleen dan een vergunning worden verleend indien de activiteit plaatsvindt onder auspiciën van de daarbij betrokken nationale of internationale (sport)bond en de wedstrijd wordt gehouden conform de door die bond daaraan verbonden richtlijnen.
3.3.12 Stunts
Stunts in de zin van spectaculaire activiteiten die de aandacht van het grote publiek trekken worden toegestaan of geweigerd onder afweging van de specifiek daaraan verbonden risico's.
3.4 Evenementenkalender
Voorafgaand aan een kalenderjaar zal een evenementenkalender voor de gemeente Doetinchem worden opgesteld en bekend worden gemaakt. Op deze evenementenkalender worden alle grote en middelgrote evenementen, collectieve festiviteiten en de Betaald voetbalwedstrijden aangegeven, die in het aankomende kalenderjaar gepland zijn. Voor zover de data en locatie van de kleinere evenementen, feesten en incidentele festiviteiten bekend zijn, zullen deze ook bij de vaststelling van de kalender worden meegenomen.
Deze kalender wordt samengesteld naar aanleiding van aangemelde evenementen, feesten en festiviteiten. Deze aanmeldingen moeten voor een door burgemeester en wethouders bepaalde datum, die in de aankondiging ervan bekend wordt gemaakt, in het jaar voorafgaand aan het betreffende kalenderjaar bij de 'evenementencoördinator' zijn ingediend.
Aanmeldingen voor grote en middelgrote evenementen en collectieve festiviteiten die later dan afgekondigde datum binnenkomen, kunnen op grond van dat feit niet ontvankelijk worden verklaard. Dit kan betekenen dat voor deze evenementen geen vergunning wordt verleend of dat de betreffende dag of dagdeel niet aangewezen wordt als collectieve festiviteit.
Bij het vaststellen van de evenementenkalender zal mede rekening worden gehouden met:
de uitgangspunten van deze beleidsnotitie;
de uitgangspunten van de Uitwerkingsnotitie Drukte van Belang, evenementenbeleid gemeente Doetinchem van december 1999;
het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer;
de reeds geplande regionale evenementen die ook op de Regionale evenementenkalender vermeld staan;
de data van de Betaald voetbalwedstrijden in het lopende seizoen;
de data van koopzondagen.
De 'Evenementenkalender' is feitelijk een nieuw bestuursinstrument, waarvan de vaststelling ervan gelijk staat aan een voorlopig oordeel van het college, respectievelijk de burgemeester. Het doel van de evenementenkalender is inzichtelijk maken welke evenementen en festiviteiten er binnen de gemeente Doetinchem gepland zijn en voor welke periode. Aan de hand hiervan kan onder meer de politiecapaciteit voor een bepaalde periode geraamd worden, waardoor alvast een globale planning kan worden opgesteld, zodat eventuele knelpunten inzichtelijk gemaakt kunnen worden. Van een knelpunt kan sprake zijn als een evenement waarbij politie-inzet wordt verlangd, gelijktijdig plaats vindt met een betaald voetbalwedstrijd binnen de gemeente of als zowel in Doetinchem als in een buurgemeente gelijktijdig een grootschalig evenement plaatsvindt.
Een ander doel van de kalender is om omwonenden in een vroeg stadium te informeren over de evenementen en festiviteiten die in hun omgeving plaats zullen vinden. Omwonenden kunnen hiermee rekening houden.
3.4.1 Publicatie (concept)evenementenkalender
Eind november/begin december van ieder kalenderjaar zal een concept-evenementenkalender bekend worden gemaakt en gedurende 4 weken ter inzage worden gelegd. De publicatie ervan vindt plaats in de gemeentepagina van het huis-aan-huis blad. Belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld om gedurende de periode van terinzagelegging hun zienswijzen in te brengen. Vervolgens zal de kalender definitief worden vastgesteld door het college. Deze zal gepubliceerd worden op de gemeentepagina van het huis-aan-huis blad. De openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.
Tegen de definitieve vaststelling van de evenementenkalender kan geen bezwaar worden gemaakt, omdat het een voorbereidingshandeling betreft. Op grond van artikel 6:3 van de Algemene wet bestuursrecht is een dergelijk besluit niet vatbaar voor bezwaar en beroep. Met het vaststellen van de kalender geeft het college aan dat zij voornemens is om voor de genoemde evenementen een vergunning af te geven. De vergunningaanvraag zal op een later tijdstip worden ingediend en behandeld.
3.4.2 Afstemming tussen evenementen/festiviteiten en Betaald voetbalwedstrijden
De speeldata van Betaald voetbalwedstrijden worden in het voorjaar voorafgaand aan het nieuwe voetbalseizoen bekend gemaakt door de KNVB. In januari kan de gemeente knelpunten doorgeven aan de KNVB, zodat de KNVB hiermee rekening kan houden bij het bepalen van de speeldata. Als knelpunt wordt in ieder geval opgegeven de data waarop de Stadsfeesten, de carnavalsoptocht in de wijk Oosseld en de voorjaarkermis plaatsvinden en voor zover van toepassing de reeds vastgestelde koopzondagen. Daarnaast kunnen ook andere evenementen/festiviteiten worden opgenomen, mits de data daarvan bekend zijn. Op deze data worden in principe geen Betaald voetbalwedstrijden gepland in het stadion van de Graafschap.
Op het moment dat over de aangemelde evenementen een voorlopig oordeel gegeven moet worden, zijn de voetbalwedstrijden van het lopende voetbalseizoen bekend. Het kan zijn dat een evenement of festiviteit geen doorgang kan vinden op deze dagen. Dit zal afhankelijk zijn of voor het evenement/festiviteit extra politiecapaciteit moet worden ingezet of niet. Daarnaast verdient het de voorkeur om bij uitwedstrijden de voor het vertrek van (thuis)supportersbussen gebruikte parkeerterreinen op deze dagen en tijden niet in te zetten voor andere doeleinden.
In de evenementenkalender zullen in eerste instantie alleen de Betaald voetbalwedstrijden van het lopende seizoen worden opgenomen. Bij het opstellen van de kalender zijn namelijk de speeldata van het volgende seizoen (de periode augustus/december) nog niet bekend.
3.4.3 Afstemming tussen evenementen/festiviteiten en koopzondagen
Op grond van de Winkeltijdenverordening is het college bevoegd om voor de gehele gemeente of delen daarvan per jaar twaalf zon- en/of feestdagen aan te wijzen waarop winkels geopend mogen zijn. In het najaar wordt onder andere in het huis-aan-huis blad op de gemeentepagina verzocht om voorkeurdata op te geven voor koopzondagen.
In het kader van een evenement of festiviteit kan het gewenst zijn dat op bepaalde zon- of feestdagen de winkels geopend zijn. Beide zaken worden op elkaar afgestemd en de betreffende conceptbesluiten worden gelijktijdig ter inzage gelegd.
4 Richtlijnen en voorwaarden om overlast te beperken en de veiligheid te waarborgen
De organisator is hoofdverantwoordelijk voor een veilig en ordelijk verloop van het evenement. Dat betekent onder meer dat hij moet instaan voor de veiligheid van de bezoekers, de toestroom van het verkeer goed moet regelen, moet zorgen voor communicatie naar bezoekers, omwonenden en andere belanghebbenden en de overlast zoveel mogelijk moet beperken.
In de inleiding is aangegeven welke factoren van invloed kunnen zijn om een bepaalde activiteit als hinderlijk te ervaren. Hieronder zal aangegeven worden welke richtlijnen en voorwaarden de gemeente hanteert om de overlast voor de omgeving zoveel mogelijk te beperken en de veiligheid te waarborgen en te bevorderen.
4.1 Openbare orde
Het is onmogelijk om van de ingezette politie en gemeentelijke ambtenaren te verwachten dat zij alles in de gaten kunnen houden. Zoals hierboven is genoemd heeft de organisator hierin een belangrijke rol.
Beveiliging
Om een minimaal niveau van de openbare orde te waarborgen, kan aan de organisator van een evenement enkele verplichtingen worden opgelegd. Daarbij kan men denken aan het verplicht aanstellen of inhuur van stewards, (gecertificeerde) verkeersregelaars en (gecertificeerd) bewakingspersoneel. Zij hebben dan onder andere de volgende taken: aanspreken onbehoorlijk gedrag, bezoekers de weg wijzen naar bijvoorbeeld toiletten, parkeerplaatsen en fietsenstallingen, bewaken van parkeerterreinen en fietsenstallingen, toezien dat afvalcontainers tijdig geleegd worden en het regelen van het verkeer.
Als indicatie voor de verplichting tot het inzetten beveiligers kunnen de volgende punten worden gebruikt:
mogelijk te verwachten verstoring openbare orde en rust;
aantasting van de goede zeden
belang van verkeersveiligheid of veiligheid van goederen of personen.
het te verwachten aantal bezoekers
externe dreiging
op advies van politie of hulpverlenende diensten
ervaringen in deze of andere gemeenten
klachten of signalen uit de omgeving of van derden
vernielingen of diefstal
Aan de vergunninghouder kan de voorwaarde tot het inzetten van beveiligers worden opgelegd. Als uitgangspunt wordt bij een evenement met weinig risico op o.a. ongeregeldheden 1 toezichthouder op 250 bezoekers aangehouden. Bij een evenement dat meer risico's met zich meebrengt wordt uitgegaan van 1 toezichthouder op 150 bezoekers. Van deze aantallen kan in de vergunning gemotiveerd worden afgeweken. De beveiligers moeten voldoen aan de gestelde wettelijke eisen. De beveiligers plegen voorafgaande aan en tijdens het evenement overleg met het dienstdoende politiepersoneel dat is belast met het toezicht op het evenement.
Gebruik van glas
Het gebruik van glazen tijdens evenementen en festiviteiten is vanuit het oogpunt van openbare orde en veiligheid een extra risicofactor. Dit is de reden dat in het Horecaconvenant is opgenomen dat aangesloten horecabedrijven geen gebruik maken van glas bij grote evenementen of bijzondere activiteiten. Ook in het terrassenbeleid is ten aanzien van het gebruik van glas de mogelijkheid opgenomen dat de burgemeester het gebruik daarvan op daartoe aangewezen dagen en tijden kan verbieden. Het ligt dan ook voor de hand om deze verplichting tevens voor te schrijven aan de andere organisatoren van en deelnemers aan grote evenementen of bijzondere activiteiten.
4.2 Voorkomen of beperken van overlast
Tijdens evenementen en festiviteiten wordt veel gedronken en gegeten. Hierdoor ontstaat veel afval. De ervaring leert dat veel afval op straat terecht komt in plaats in de daarvoor bestemde afvalbakken. Dit leidt tot vervuiling van de omgeving. Dit is ongewenst.
Een ander verschijnsel dat overlast veroorzaakt en als zeer hinderlijke ervaren wordt, is het urineren in de openbare ruimte. Straten en stegen worden regelmatig gebruikt als openbaar toilet. Deze overlast zou kunnen worden teruggedrongen door de aanwezigheid van voldoende toiletten en urinoirs. Afhankelijk van de omvang van het evenement zal in de vergunning de aanwezigheid van toiletten worden voorgeschreven.
Muziekgeluid kan veel overlast met zich meebrengen. Of muziekgeluid als hinderlijk wordt ervaren zal onder meer afhangen van het normale achtergrondgeluidniveau. In het stadscentrum is gewoonlijk al meer geluid aanwezig dan bijvoorbeeld in een woonwijk. In een woonwijk zal een bepaalde mate van muziekgeluid sneller als hinderlijk worden ervaren dan in het stadscentrum. In paragraaf 4.8 zal nader worden ingegaan op geluidsniveaus van evenementen en het heersend geluidsniveau in de omgeving.
Niet alleen de evenementen en festiviteiten zelf kunnen overlast met zich meebrengen, maar ook de op- en afbouw van kramen, podia, terrassen, enz. voor en na afloop van het evenement. Het is lastig deze overlast te beperken, omdat hieraan bijvoorbeeld geen geluidsnormen kunnen worden gesteld. Daarnaast is het soms niet te voorkomen dat deze activiteiten 's nachts plaatsvinden, omdat het niet gewenst is om kramen, podia of terrassen de hele nacht buiten te laten staan.
4.3 Verkeersveiligheid en de veiligheid van personen of goederen
Van bepaalde evenementen is het van tevoren bekend dat veel bezoekers met de auto zullen komen. Deze bezoekers hebben de neiging om de auto zo dicht mogelijk bij het evenement of festiviteit te parkeren. Auto's worden vaak op de meest vreemde plaatsen neergezet die niet bedoeld zijn als parkeerplaats. Hierdoor kunnen woningen of delen van straten zeer moeilijk bereikbaar zijn voor omwonenden, maar ook voor de hulpdiensten. Dit is zeer ongewenst. Met name de bereikbaarheid voor de hulpdiensten mag niet in gevaar komen. Hetzelfde kan gelden voor gestalde fietsen, al zal de overlast hiervan meestal in mindere mate aanwezig zijn, omdat fietsen minder ruimte in beslag nemen dan auto's.
Naast het parkeren of stallen van vervoersmiddelen kunnen de vervoersbewegingen binnen een bepaald gebied vanuit veiligheidsoogpunt ongewenst zijn. Een instrument die daarvoor ingezet kan worden is het verbod op de aanwezigheid van bepaalde vervoersmiddelen in het betreffende gebied.
Verder is het algemeen bekend dat de aankomende dan wel vertrekkende bezoekers nogal luidruchtig kunnen zijn. Dit kan veel overlast geven voor aanwonenden, met name als deze wakker worden door de hoeveelheid lawaai. Deze overlast kan daarom al snel als hinderlijk ervaren worden.
De aanwezige toezichthouders hebben een taak om de genoemde overlast te voorkomen.
4.3.1 Attracties
Vanuit de Warenwet is de controle op de veiligheid van de attracties neergelegd bij de Voedsel en Warenautoriteit. Voor deze attracties is het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen van toepassing. In het besluit worden eisen gesteld waaraan een attractie moet voldoen. Als gemeente mogen wij niet handhaven op het besluit maar hebben wij wel een signalerende functie. Daarnaast mogen wij wel in de vergunning eisen dat de attracties moeten voldoen aan het Besluit om aan het evenement te mogen deelnemen. Belangrijk instrument daarbij is het in het besluit verplicht gestelde logboek, waarin o.a. de keuringscertificaten moeten zijn opgenomen. De toezichthouders dan wel handhavers van de gemeente kunnen inzage in het logboek afdwingen en het in werking treden van de attractie verbieden dan wel de Voedsel en waren autoriteit inschakelen. Aanwezigheid en inzage in het logboek worden in de vergunning verplicht gesteld.
4.3.2 Podia
Podia ten behoeve van toneel, muziek en andere opvoeringen moeten constructief veilig en sterk zijn. Hieraan kunnen wij, als het bevoegd gezag, nadere eisen stellen. Belangrijkste eis daarbij is een logboek. Daarin moet staan wat de maximale belasting is en dat de gebruikte materialen gekeurd zijn. Daarnaast dient er een tekening van de opbouw van het podium aanwezig te zijn zodat controle van de opgerichte constructie mogelijk is. Bij twijfel moeten aanvullende gegevens worden overhandigd dan wel dat een keuring door een onafhankelijke keuringsinstantie wordt geëist. Voor het eventuele aanwezige doek gelden de eisen van brandveiligheid welke door middel van certificaten moet kunnen worden aangetoond.
4.3.3 Noodhulproutekaart
Om de routes voor noodhulpdiensten te waarborgen en toch een zo flexibel mogelijk gebruik van het evenemententerrein voor het opstellen van bijv. attracties te kunnen waarborgen worden aan te houden afstanden voorgeschreven. Visualisatie van dit voorschrift is een belangrijk hulpmiddel om dit helder te kunnen communiceren met de verschillende partijen. Voor het centrum van Doetinchem is deze visualisering uitgewerkt. Hiervoor is er op schaal een plattegrondtekening gemaakt met daarop vastgelegd de routes voor de noodhulpdiensten. (zie Bijlage 5) De overblijvende ruimte kan door de organisator, uiteraard binnen de gestelde kaders van de vrijstelling of de vergunning, vrij worden ingevuld.
evenementenbeleid, versie 2.0, 02-06-2008 20
4.4 De zedelijkheid en gezondheid
De activiteiten, die tijdens een evenement plaatsvinden, mogen niet in strijd zijn met de goede zeden en de gezondheid. De burgemeester heeft hierin een ruime beleidsvrijheid. Een voorbeeld dat tot een weigering van een vergunning kan leiden, zijn kooijevechten. Voor een evenement, waarbij er een aanvaardbaar risico voor de gezondheid van deelnemers of bezoekers aanwezig is, zullen voorschriften worden opgelegd waarmee dit risico kan worden beperkt. Zoals het aanwezig hebben van bedrijfshulpverleners en/of EHBO-ers.
Indien de omvang van het risico niet tevoren kan worden ingeschat, zal van de organisatie een calamiteitenplan worden geëist.
Indien er op onderdelen van een evenement risico's met betrekking tot de volksgezondheid kunnen spelen, zal de Inspectie voor de Volksgezondheid, respectievelijk de Voedsel en Warenauthoriteit te Zutphen daarover worden ingelicht en zonodig om advies worden gevraagd.
4.5 EHBO
Bij elk (middel-) groot evenement moet ten minste één EHBO-post aanwezig zijn, die permanent bemand is met minimaal één persoon met een geldig EHBO-diploma. In de EHBO-post dienen voldoende voorzieningen aanwezig te zijn, zoals een ruim gesorteerde EHBO-koffer met materiaal voor EHBO-hulpverlening, een brancard, tafels, stoelen, drinkwater en communicatiemiddelen.
Afhankelijk van de aard en omvang van het evenement kunnen meer EHBO-posten vereist zijn. Ook kan de vergunningverlener als voorwaarde stellen dat hulpverleners met specifieke expertise aanwezig zijn (bv. bekend met de gevaren van drugsgebruik ingeval van een dance-event). De GHOR kan hierbij als adviserende instantie worden ingeschakeld, waarbij zij advies kunnen uitbrengen over de aantallen in te zetten EHBO'ers en aanvullend te treffen maatregelen.
4.6 Drinkwatervoorzieningen
Bij (middel-) grote evenementen dienen ook deugdelijke drinkwatervoorzieningen aanwezig te zijn. Bij sommige evenementen (dance-, pop- en sportevenementen) leveren mensen in relatief korte tijd een grote inspanning in een soms zeer prikkelende omgeving, waardoor een verhoogd gevaar voor uitputting en uitdroging ontstaat. De organisatie van een dergelijk evenement moet zorgen voor voldoende watertappunten waar gratis schoon en veilig leidingwater beschikbaar is.
4.7 Weersomstandigheden/Meteo
Indien tijdens het evenement sprake is van ‘extreme’ weersomstandigheden kan extra aandacht voor gezondheid en hygiëne nodig zijn. Tijdens een hittegolf zal het bijvoorbeeld lastiger zijn om eet- en drinkwaren op de juiste temperatuur te houden. Bij extreme kou kunnen waterleidingen bevriezen en bestaat de kans op onderkoeling voor bezoekers.
Het weer is drie dagen voor het evenement redelijk nauwkeurig te voorspellen. In het (laatste) vooroverleg moet aan de weersomstandigheden aandacht worden besteed, zodat de organisator de communicatie naar de bezoekers daarop kan afstemmen (bv. een ‘kledingadvies’). De nadruk in de communicatie ligt wel op de eigen verantwoordelijkheid van de bezoekers.
De burgemeester kan in het belang van de gezondheid van de deelnemers en/of bezoekers van een evenement, de doorgang van het evenement verbieden indien hij dit vanwege de (verwachte) weersomstandigheden noodzakelijk acht.
4.8 Geluid
4.8.1 Geluid algemeen
Het geluidsniveau is veelal bepalend voor de mate van overlast die een evenement of festiviteit kan veroorzaken. In de praktijk is het niet mogelijk gebleken één getal als absolute grenswaarde voor een gemeenschappelijk aanvaardbaar geluidsniveau vast te stellen. Mede bepalend voor het ervaren van overlast, is namelijk het heersende geluidsniveau dat onder normale omstandigheden in de omgeving aanwezig is. Omwonenden van een drukke straat met veel verkeer zijn gewend aan meer lawaai dan bewoners van een rustige woonwijk.
Naast het geluidsniveau is het tijdstip waarop het geluid geproduceerd wordt en de tijdsduur ervan, bepalend voor de mate van hinder die wordt ondervonden. In principe gelden de volgende standaard eindtijden voor evenementen en festiviteiten:
zondag tot en met donderdag tot uiterlijk 23:00 uur
vrijdag en zaterdag tot uiterlijk 24:00 uur
feestdagen waarbij de volgende dag een gewone werkdag is tot uiterlijk 23:00 uur
zon- en/of feestdagen waarbij de volgende dag geen werkdag is tot uiterlijk 24:00 uur
Voor collectieve festiviteiten die op de evenementenkalender zijn geplaatst en vergunningplichtige evenementen, kan op de hierboven genoemde standaard eindtijden een uitzondering worden gemaakt. In deze uitzonderingsgevallen kan de eindtijd voor het ten gehore brengen van muziek worden vastgesteld op uiterlijk 1:30 uur.
4.8.2 Eisen aan de inrichting
Vanuit het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer kunnen alle bedrijven van de types A en B voor het houden van festiviteiten gebruik maken van de zogenoemde twaalfdagenregeling. Aan de vrijstelling van de geluidsvoorschriften uit het besluit die de bedrijven kunnen krijgen worden voorwaarden verbonden die gelden voor de specifieke situatie van de festiviteit in relatie met de omgeving.
Voor de horecabedrijven wordt hier een uitzondering op gemaakt. Dit in verband met de vestigingslocatie die vaak is gelegen in de directe nabijheid van woningen en het tijdstip van de festiviteit dat vaak in de avond- en nachtelijke uren ligt. Als een horeca-inrichting in aanmerking wil komen voor een vrijstelling ten behoeve van het organiseren van collectieve en incidentele festiviteiten moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan.
Ieder horecabedrijf dat voor een vrijstelling in aanmerking wenst te komen zal geluidisolerende maatregelen getroffen moeten hebben die ertoe leiden dat het geluid van de bron buiten aan de voorgevel met minstens 30 dB wordt gereduceerd. Ten bewijze hiervan is een rapport van een daartoe gehouden akoestisch onderzoek overgelegd. Een dergelijk rapport is meestal al voorhanden omdat deze al vanuit de milieuregelgeving is geest. Ondernemers die niet aan deze eis voldoen kunnen slechts vier maal per kalender jaar aanspraak maken op het gebruik van een vrijstelling indien deze is afgegeven ten behoeve van een collectieve festiviteit.
Verder moet de inrichting een voorportaal hebben die tijdens het muziekevenement ook als enige entree moet worden gebruikt. Daarnaast moet bij deze entree één of meer portiers/toezichthouders toezicht houden op de binnenkomende bezoekers en ervoor zorg dragen dat ramen en deuren tijdens het ten gehore brengen van muziek gesloten blijven.
De exploitant van een inrichting laat vanaf een half uur voor sluiting het geluidsniveau van de ten gehore gebrachte muziek geleidelijk verminderen en de verlichting in inrichting toenemen. Live muziek mag tot 0.30 uur ten gehore worden gebracht. Na dit tijdstip worden geen optredens meer toegestaan.
Voor incidentele festiviteiten die in de openlucht of tent binnen de inrichting worden gehouden kunnen afwijkende voorschriften aan de vergunning worden verbonden.
4.8.3 Geluidsmetingen
De gemeente kan gedurende evenementen en festiviteiten geluidsmetingen (laten) verrichten. In de vergunning zal aangegeven worden op wijze het geluid gemeten zal worden en aan welke normen dit geluid getoetst zal worden, zodat hierover achteraf geen onenigheid kan ontstaan. De geluidsmetingen zullen plaatsvinden volgens de handleiding "Meten en rekenen van industrielawaai 1999", waarbij geen muziek-, bedrijfsduur- en/of meteocorrectie in rekening zal worden gebracht. Alhoewel industrielawaai anders is dan het geluid dat wordt geproduceerd tijdens evenementen en festiviteiten, blijken de in de handleiding genoemde meetmethodieken goed te gebruiken bij evenementen en festiviteiten.
Bij het vaststellen van de geluidsvoorschriften is uitgegaan van de volgende specifieke criteria met betrekking tot geluidsmetingen bij evenementen:
de normstelling heeft uitsluitend betrekking op muziekgeluid, tenzij anders aangegeven;
de meetlocatie en het beoordelingspunt liggen bij een afstand van minder dan 50 meter van het brongebied (bijv. podium), op 2 meter voor de gevel van een woning of winkelpand indien zich boven het winkelpand woningen bevinden;
er wordt geen bedrijfsduurcorrectie toegepast;
aan piekwaarden in het muziekgeluidsniveau worden geen eisen gesteld;
er worden geen correcties toegepast voor toneel- en muziekgeluid, aangezien de norm uitsluitend betrekking heeft op het muziekgeluid;
de grenswaarde geldt voor de duur van het evenement, waarbij geen onderscheid wordt gemaakt voor de dag-, avond- of nachtperiode.
4.9 Geluidsbinder en locatiebepaling
Om onderscheid te maken in evenementen en de mate waarin deze 'overlast' veroorzaken voor de directe omgeving, hebben we de evenementen verdeeld in een drietal subcategorieën. Bij de indeling ervan is het geluidsniveau als uitgangspunt genomen. Om de locatie keuze te vergemakkelijken is er als beoordelingsinstrument een geluidskaarten systeem opgezet.
4.9.1 Subcategorie-indeling
Een geluidsniveau van 70 dB kan vergeleken worden met luide muziek van radio of televisie in een woonkamer en met een autosnelweg op een afstand van 25 meter van deze weg. Een geluidsniveau van 70 dB bij de gevel van een woning leidt in de regel tot een geluidsniveau van ongeveer 50 dB binnenshuis. Het exacte geluidsniveau zal afhangen van de aangebrachte geluidsisolering, zoals bijvoorbeeld dubbel of enkel glas dat met of zonder ventilatierooster is uitgevoerd. Een geluidsniveau van 50 dB is te vergelijken met een rustig gesprek of overdag buiten in een gemiddelde woonwijk.
Met deze norm als uitgangspunt komen wij tot een volgende indeling:
'Subcategorie 1'
Hieronder vallen alle vrijgestelde evenementen. Alle onversterkte muziek en versterkte muziek tot maximaal 70 dB(A)5 op een gevel van een woning in de dagperiode van 07.00 uur tot 23.00 uur. Deze evenementen/festiviteiten nemen niet of nauwelijks geluidsoverlast met zich mee, waardoor deze evenementen overal binnen de gemeente kunnen plaatsvinden. Daarnaast is het niet nodig aan het aantal evenementen/festiviteiten op basis van het geluidsaspect te beperken, wat dus netwegneemt dat er op basis van andere regels wel beperkingen (kunnen) worden opgelegd.
Voorbeelden: onversterkte straatmuziek, draaiorgels, lopende fanfareorkesten, buurtbarbecues.
'Subcategorie 2'
Hieronder vallen de evenementen die o.a. op basis van grootte vergunningplichtig zijn. Daarbij wordt onversterkte en versterkte muziek met een geluidsniveau tot 70 dB(A) op een gevel van een woning ten gehore gebracht. Ten opzichte van categorie 1 is het mogelijk om, eventueel onder toevoeging van aanvullende voorschriften, afwijkende eindtijden te vergunnen. Daarnaast is er het verschil met categorie 1 dat de evenementen op daartoe aangewezen (hieronder vermelde) evenemententerreinen plaatsvinden.
'Subcategorie 3'
Tot deze categorie horen evenementen die niet onder categorie 1 of 2 vallen. Daarbij kan men denken aan versterkte en/of onversterkte muziek van meer dan 70 dB (A) op de gevel van woningen. Deze evenementen/festiviteiten veroorzaken veel geluidsoverlast, waardoor deze maar beperkt toegestaan worden. Een categorie 3-evenement/festiviteit wordt alleen toegestaan als het betreffende evenement/festiviteit is opgenomen in de evenementenkalender. Op deze regels kan de burgemeester gemotiveerd uitzonderingen toestaan.
Beperkingentabel
Om de overlast voor de omgeving van een aangewezen evenemententerrein te beperken, is het aantal evenementen per locatie beperkt. Het maximum aantal toelaatbare evenementen van elk der genoemde categorieën is afgestemd op situering van het terrein. Daarbij zijn o.a. de omvang van de locatie, de ligging van de woningen en de mogelijkheden voor aan- en afvoer van materialen bepalend.
Wijk | Evenemententerrein | 1 | 2 | 3 |
|---|---|---|---|---|
1 | Stadscentrum (gebied in bet Ei) | V | 12 | 3 |
1 | Tjalmastraat | V | 6 | Geen waarde |
1 | Raadhuisplein | V | 12 | Geen waarde |
2 | Winkelcentrum Overstegen | V | 4 | Geen waarde |
4 | Sportcentrum Oosseld | V | 4 | Geen waarde |
4 | Graafschapstation (afstemmen op milieuvergunning) | V | Geen waarde | Geen waarde |
4 | Kasteel Slangenburg | V | 4 | Geen waarde |
4 | Recreatiegebied De Koekendaal | V | 4 | Geen waarde |
4 | Sport- en cultureel centrum De Pokkersbutte | V | 4 | Geen waarde |
6 | Varkensweide | V | 12 | Geen waarde |
6 | Sportpark Zuid | V | 6 | 1 |
6 | Parkje/groenstrook aan Plattebrugstraat/De Huet | V | 4 | Geen waarde |
6 | De Bongerd / De Zuwe | V | 12 | Geen waarde |
6 | Willy Brandtplein | V | 6 | Geen waarde |
7 | De Bleek | V | 6 | Geen waarde |
7 | 1 Praothuus | V | 4 | Geen waarde |
7 | Sportpark De Huet (Viod) | V | 4 | Geen waarde |
8 | Parkeerterrein De Veldboen Langerak | V | 4 | Geen waarde |
9 | Sportpark Bezelhorst | V | 6 | Geen waarde |
9 | Sportcentrum Rozengaarde | V | 4 | Geen waarde |
11 | Sportpark De Pol | V | 4 | Geen waarde |
11 | Kermisterrein Kerkstraat | V | Geen waarde | 1 |
11 | Winkelcentrum Gaanderije | V | 6 | Geen waarde |
31 | Grotestraat Webl | V | 6 | Geen waarde |
31 | Boerenbondplein Nieuw-Webl | V | 6 | Geen waarde |
31 | Terrein Diepenbroelstraat (ijsbaan) | V | 4 | Geen waarde |
31 | Terrein Mgr. Hendriksenstraat | V | Geen waarde | 1 |
Tabel 1 De aantallen toe te staan evenementen per evenementenlocatie
Van de aantallen genoemd in de beperkingen tabel kan gemotiveerd worden afgeweken. Daarnaast is het mogelijk om ook op andere dan de hierboven genoemde locaties een categorie 2-evenement te houden. In de vergunning zullen dan specifieke geluidsvoorschriften opgenomen worden.
4.9.2 Geluidskaarten
Om op een relatief eenvoudige manier te kunnen bepalen of een evenement onder categorie 2 of 3 valt zijn er geluidskaarten opgesteld welke ook zijn te raadplegen in het geografisch informatiesysteem giDs. Voordeel van deze systematiek is dat een organisator en/of vergunningverlener zelf kunnen bepalen of de geluidseis van 70 dB(A) op de gevel van een woning gehaald kan worden. Door de locatie van een podium/of tent op de omgeving af te stemmen kan het, naast bijvoorbeeld logistieke voordelen, ook akoestisch voordeel opleveren.
De systematiek en de kaarten zijn in Bijlage 1 beschreven.
4.10 Evaluatie na afloop van evenement, feest of festiviteit
Na afloop van een evenement of festiviteit is er de mogelijkheid om een evaluatie te houden. Hiertoe kan aanleiding zijn als het evenement of festiviteit niet is verlopen als gepland, als er klachten zijn binnengekomen die te maken hebben met het evenement/festiviteit of zich calamiteiten hebben voorgedaan. Zowel de organisator van een evenement als de betrokken gemeentelijke diensten en afdelingen kunnen hiertoe een verzoek indienen bij de evenementencoördinator. De evenementencoördinator zal vervolgens een overleg plannen waarin wordt afgesproken hoe er geëvalueerd zal gaan worden en maakt hierover vervolgspraken.
evenementenbeleid, versie 2.0, 02-06-2008 26
5 Bijzondere evenementen
Naast de gebruikelijke evenementen zoals kermissen en feesten, zijn er ook evenementen waar een bijzondere activiteit wordt gehouden dat een verhoogd risico voor de omgeving inhoud of dat door een hogere wet- of regelgeving wordt verboden, maar waar in beginsel niet op wordt gehandhaafd vanwege het bijzondere veelal culturele karakter van deze activiteit.
5.1 Carbidschieten
Carbid schieten is in onze regio met de jaarwisseling een bekend cultuurhistorisch verschijnsel. Het carbidschieten is zo'n activiteit dat steeds vaker als aanleiding genomen wordt om er een evenement met bijbehorende koek en zopie te organiseren waarbij er met een hele batterij melkbussen met carbid wordt geschoten. Dit wordt dan als een evenement beschouwd.
De ervaring leert echter, dat ook in de beoefening van deze traditie de grenzen worden verlegd. Om deze grenzen vast te leggen is er in de Apv een regeling opgenomen. Deze regeling bestaat uit een verbod met een ontheffing en een vrijstelling.
Evenement
Zoals hierboven al is aangegeven wordt het carbidschieten steeds vaker als evenement georganiseerd. Als het evenement binnen het vrijstellingskader voor kleinere evenementen valt (tot 200 bezoekers) en het kan daarnaast voldoen aan de vrijstelling voor het carbidschieten dan kan het evenement plaatsvinden zonder dat deze vergund of gemeld hoeft te worden.
Kan er niet worden voldaan aan de eisen voor de vrijstelling of is er een ontheffing nodig dan is het evenement vergunningplichtig.
5.2 Overige bijzondere evenementen
In geval van een bijzondere, onvoorziene omstandigheid kan de burgemeester in afwijking van de hiervoor gestelde beleidslijn voor een bijzonder evenement vergunning verlenen.
6 Toezicht en handhaving
6.1 Algemeen
Naast de vergunningverlening en het daarbij stellen van heldere en duidelijke regels moet er d.m.v. toezicht en handhaving er op worden toegezien dat de regels ook daadwerkelijk worden nageleefd. Om eenduidig te kunnen handhaven is handhavingsbeleid opgesteld. Daarin staat beschreven dat in twee stappen en met flankerend beleid door Justitie gehandhaafd moet worden. Dit is een algemene richtlijn en geeft geen houvast bij de beoordeling wanneer en met welke middelen opgetreden kan worden. Daarom is er een richtlijn tot uitvoering van de handhaving voor de toezichthouder/handhaver in bijlage 3 opgenomen en een vertaalslag van het handhavingsbeleid naar de handhaving van de evenementen gemaakt in bijlage 4.
6.2 Gevolgen van geconstateerde overtredingen
Het gevolg van een overtreding is dat, naast een mogelijke bestraffing door justitie, bij periodiek terugkerende evenementen de aanzegging tot bestuursdwang blijft bestaan. Deze dient bij herhaling als opstap tot het direct ten uitvoer brengen van bestuursdwang.
Daarnaast kan bij een volgende vergunningaanvraag of verzoek om een (deel van de) dag aan te wijzen als festiviteit rekening worden gehouden met eerdere overtredingen. Dit kan tot gevolg hebben dat er aanvullende voorwaarden aan de vergunning worden verbonden die een herhaling van overtreding moeten voorkomen. Verder is het mogelijk om een vergunning gedeeltelijk of in zijn geheel te weigeren. De evaluatie van het verloop van het evenement of festiviteit is daarbij bepalend voor de gevolgen voor toekomstige vergunning. De vergunning kan geweigerd worden als uit de evaluatie blijkt dat er gegronde vrees voor herhaling van de overtreding(en) bestaat. Ook kan de overtreding dermate zwaar zijn geweest dat hierdoor het toestaan van het evenement niet meer als redelijk gezien kan worden.
7 Evaluatie van deze nota
De evaluatie vindt iedere twee jaar plaats aan het einde van het evenementenseizoen. Dit gebeurt samen met de direct betrokkenen, zoals de organisatoren van evenementen en festiviteiten, de burgers, de politie, de GHOR en de brandweer. Indien nodig wordt de nota gewijzigd c.q. aangevuld voordat het nieuwe seizoen aanvangt.
Vastgesteld op ..,
Burgemeester en wethouders van Doetinchem,
de secretaris, de burgemeester,
Bijlage 1. Gebruik geluidskaarten
Om de vergunningverlener en/of de organisator een instrument te geven waarmee hij kan controleren of een bepaalde opstelling van een podium of tent qua geluid mogelijk is, is er een instrument ontwikkeld waarmee dit relatief eenvoudig te beoordelen is.
Dit instrument is te gebruiken bij de 70 dB(A) geluidseis en om een inschatting te maken van een geschikte plaats voor een podium o.i.d. waarbij een hogere dB(A) waarde als eis wordt gesteld zodat de uiteindelijke belasting zo minimaal mogelijk blijft.
Vanwege het feit dat het alleen als toetsinstrument gebruikt wordt, is het niet noodzakelijk om een hoge nauwkeurigheid na te streven. Van belang daarbij is het uiteindelijke geluidsvoorschrift waarin wordt aangegeven hoeveel geluid er geproduceerd mag worden en de handhaving ervan ter plaatse.
De systematiek
De systematiek wordt inzichtelijk gemaakt aan de hand van het voorbeeld van het evenemententerrein De Bleek (zie Figuur 1).
Het evenemententerrein is een van oudsher door een weg en de rivier afgebakend gebied dat voor diverse evenementen wordt gebruikt.
De afbakening van de open ruimte is gedaan door lijnen te trekken aan langs de bij het evenemententerrein dichtst bij gelegen woningen of gebouwen die invloed hebben op de geluidsuitbreiding.
In het geografisch informatiesysteem van de gemeente Doetinchem (hierna : GIDS) zijn voor de volgende terreinen kaarten met de daarbij behorende contouren opgenomen.

Figuur 1 plattegrondtekening van het evenementen terrein De Bleek met de eromheen liggende open ruimte. Groen horizontaal gestreept is het evenementen terrein De Bleek. Geel verticaal is de open ruimte tussen geluidgevoelige bestemmingen (o.a. woningen).
Om contouren aan te kunnen geven waarbinnen een muziekinstallatie met een bepaald bronvermogen mag komen te staan is in relatie met de 70 dB(A) grens de afstand berekend. In Tabel 2 zijn de rekenresultaten weergegeven.
De waarden uit de tabel kunnen ook toegepast worden op locaties die niet in GIDS uitgewerkt zijn. Daarbij kan men uitgaan van de afstand van een woning tot aan de in Tabel 2 gevonden afstand die correspondeert met het gewenste bronvermogen.
Ontvanger L_{L} dB(A) | Bronvermogen L_{B} dB(A) | Afstand r m |
|---|---|---|
70 | 75 | 0,5 |
70 | 77,5 | 0,7 |
70 | 80 | 0,9 |
70 | 82,5 | 1,2 |
70 | 85 | 1,6 |
70 | 87,5 | 2,1 |
70 | 90 | 2,8 |
70 | 92,5 | 3,8 |
70 | 95 | 5,0 |
70 | 97,5 | 6,7 |
70 | 100 | 8,9 |
70 | 102,5 | 11,9 |
70 | 105 | 15,8 |
70 | 107,5 | 21,1 |
70 | 110 | 28,2 |
70 | 112,5 | 37,6 |
70 | 115 | 50,1 |
70 | 117,5 | 66,8 |
70 | 120 | 89,1 |
70 | 122,5 | 118,9 |
70 | 125 | 158,5 |
70 | 127,5 | 211,3 |
70 | 130 | 281,8 |
Tabel 2 rekenresultaten ten behoeve van afstandsbepaling emissie- en immissiepunt
Soms zijn er evenementen waarbij meer geluidsruimte nodig is. Bij de aanvraag moet dan een uitgebreidere situatiebeschrijving komen waarmee een door de geluidsspecialist op maat gemaakt advies kan worden uitgebracht m.b.t. de toegestane geluidsterkte. Daarbij kan een voorstel gedaan worden voor eventuele aanvullende maatregelen, bijvoorbeeld in de vorm van limiters of opstellingseisen, om aan de geluidseisen te kunnen voldoen.
Met de gegevens kunnen op een kaart de diverse contouren zichtbaar gemaakt worden. Dat wordt in Figuur 2 gevisualiseerd.
Stel er komt een vergunningaanvraag binnen voor een live optreden van een band. Zij willen dit op de plaats van de tent in Figuur 3 uitvoeren. De vergunningverlener ziet dat dit in het gebied met een bronvermogen boven de 105 dB(A) valt. Met een kleine verplaatsing van de tent is een waarde tussen de 110 en 115 dB(A) bronvermogen toegestaan.
Als de organisator meer geluid wil dan kan hij op het terrein tot een bronvermogen van 120 dB(A) gaan zonder dat de 70 dB(A) grens in gevaar komt.
Figuur 2 overzichtsplattegrond van De Bleek met de diverse contouren van bronvermogens (dB(A)) die 70 dB(A) immissie op de omliggende gevels geven.

Figuur 3 uitsnede van overzichtsplattegrond van De Bleek met een tent voor live muziek in het 105 dB(A) gebied.
Als men zich dan indenkt dat een live band met versterkte muziek ca. 120 dB(A) bronvermogen heeft, dan houdt dat in dat er op 10 meter afstand 89 dB(A) voor de toeschouwer overblijft. (Meijden van der, M. en Kupers J., 2004. p 65) Afhankelijk van de doelgroep kan de organisator beslissen of zijn originele opstelling voldoet of dat het moet worden verplaatst. Daarnaast kan de vergunningverlener een toets doen of de opgegeven geluidsterkte correspondeert met de doelgroep en plaats. Dit kan dan een weigeringsgrond zijn voor de melding of vergunning.
Bijlage 2. Taken en verantwoordelijkheden betrokken instanties en gemeentelijke afdelingen
In het beleid is aangegeven dat verschillende instanties gemeentelijke afdelingen en diensten ter advisering worden ingeschakeld bij de vergunningverlening en in een aantal gevallen betrokken moeten worden bij de organisatie van evenementen en festiviteiten. Hieronder zal worden aangegeven wie daarbij betrokken kunnen zijn en welke taak/verantwoordelijkheid deze instantie of afdeling heeft.
Brandweer
geeft in het kader van de Woningwet, de Brandweerwet 1985 (op basis van de brandbeveiligingsverordening) en het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken (ook wel het gebruiksbesluit genoemd) gebruiksvergunningen af of neemt de meldingen aan voor het gebruik van bouwwerken waar zich meer dan 50 personen in kunnen ophouden (o.a. tenten);
adviseert inzake aanvragen om vergunningen voor evenementen;
moet op de hoogte gesteld worden van de locatie van evenementen en festiviteiten en van straten die zijn afgesloten voor verkeer en omrijroutes;
kan bij calamiteiten opgeroepen worden.
Politie
adviseert inzake aanvragen om vergunningen voor evenementen;
bewaakt de openbare orde en veiligheid gedurende het evenement en festiviteit;
moet op de hoogte gesteld worden van de locatie van evenementen en festiviteiten en van straten die zijn afgesloten voor het verkeer en omrijroutes;
wordt bij calamiteiten opgeroepen;
Andere hulpdiensten, o.a. ambulancedienst en GHOR
moeten op de hoogte gesteld worden van de locatie van evenementen en festiviteiten en van straten die zijn afgesloten voor verkeer en omrijroutes;
kunnen bij calamiteiten opgeroepen worden;
adviseren over mogelijke gezondheids- en veiligheidsrisico's.
Gemeentelijke afdelingen
Burgemeester
verantwoordelijk voor de openbare orde binnen de gemeente;
bij verstoring van de openbare orde of bij ernstige vrees hiervoor is hij bevoegd om noodzakelijke maatregelen te treffen voor de handhaving van de openbare orde, dit kan zelfs betekenen dat een bepaald evenement/festiviteit verboden kan worden;
geeft een verklaring van geen bezwaar af voor het afsteken van vuurwerk;
College van Burgemeester en Wethouders
wijst (delen van) dagen aan als collectieve en incidentele festiviteit;
Eenheid wijzaken
maken van afspraken in verband met het gebruik van gemeentegrond/openbaar terrein;
maken van afspraken inzake het plaatsen van borden langs de openbare weg ten behoeve van het evenement;
verzorgt de noodzakelijke afzettingen van straten onder meer tijdens optochten;
het nemen van verkeersbesluiten inzake parkeerverboden, anders kan tegen verkeerd geparkeerde auto niet opgetreden worden;
controleert of de aangevraagde locaties gebruikt kunnen worden ten behoeve van een evenement of feest, waarbij rekening zal worden gehouden met geplande wegwerkzaamheden;
informeert de busmaatschappij tijdig over eventuele omrijroutes;
Eenheid stadszaken
kan subsidie toekennen aan bepaalde evenementen;
verantwoordelijk voor strategisch beleid;
Afdeling Wonen en Bedrijven
geeft vergunningen af voor evenementen op grond van de Apv;
houdt toezicht in het kader van de milieuwetgeving en de Apv;
maakt afspraken over vergoedingen voor het gebruik van de gemeentegrond;
verantwoordelijk voor uitvoeringsbeleid;
verantwoordelijk voor de evenementenkalender;
Afdeling Juridische en Veiligheidszaken
afstemming tussen evenementen/festiviteiten en Betaald voetbalwedstrijden;
afstemmen van afspraken met betrekking tot openbare orde en veiligheid;
Communicatie
moet op de hoogte gesteld worden van de te houden evenementen en festiviteiten, zodat zij vragen hierover kunnen beantwoorden;
redigeert op verzoek van organisaties de tekst voor een voorwoord namens het bestuursorgaan;
Secretariaat/tekstverwerking
verwerkt uitnodigingen voor evenementen;
Bijlage 3. Richtlijnen uitvoering handhaving
Conform de volgende richtlijn gaan de toezichthouders om met de geconstateerde overtreding:
Eigen veiligheid (regel zaken buiten de gevaarcirkel, direct actie in de vorm van bestuursdwang);
De veiligheid van de omgeving (breng de situatie terug naar een veilige toestand en/of breng anderen ook in veiligheid, direct actie in de vorm van bestuursdwang);
Hulp (Roep de hulp in van handhavingpartners, politie kan strafrechtelijk optreden, anderen kunnen kennis aandragen);
De houding van de overtreder (hoe gedraagt hij zich ten opzichte van de handhaver en is hij gewillig om de overtreding ongedaan te maken, overweeg kans tot herstel, bestuursdwang of dwangsom).
Bijlage 4. Toepassing handhavingsbeleid
Voor de toepassing van het handhavingsbeleid is een vertaling naar de handhaving van evenementen gemaakt. Mocht blijken dat bepaalde voorschriften worden overtreden, dan zal hiertegen handhavend worden opgetreden. Hierbij wordt uitgegaan van de volgende aanpak.
Constatering lichte overtreding
Lichte overtreding: Dit is een overtreding waarbij géén gevaar optreedt voor de openbare orde en veiligheid en binnen een korte tijd verholpen kan worden.
Overtredingen die hier bijvoorbeeld onder vallen:
Verkeerde plaats dranghekken;
Terras buiten de grenzen;
Reclame uiting niet conform regels.
Bij een lichte overtreding, zal een waarschuwing gegeven worden aan de organisator. Deze waarschuwing kan tijdens het evenement of festiviteit zelf plaatsvinden, maar ook achteraf. Via het treffen van maatregelen dient de overtreding zo snel mogelijk ongedaan gemaakt te worden. Met degene die het in zijn macht heeft aan de overtreding een einde te maken, bijvoorbeeld de organisator, wordt mondeling een termijn afgesproken waarbinnen de overtreding moet zijn verholpen. De periode zal kort zijn omdat de maatregel meteen doorgevoerd kan worden, bijvoorbeeld het verplaatsen van dranghekken of een kraam. De waarschuwing kan zowel door de politie, Bijzonder opsporing ambtenaren (hierna: Boa) als de gemeentelijke toezichthouders gegeven worden.
Constatering middelzware overtredingen en herhaling/voortduring lichte overtreding
Middelzware overtreding: Dit is een overtreding waarbij geen acuut gevaar optreedt voor de openbare orde en veiligheid en welke geen lichte overtreding is.
Overtredingen die hier bijvoorbeeld onder vallen:
Geluidsoverlast;
Verkeerd gebruik terrein.
Bij een constatering van een middelzware overtreding heeft de politie dan wel de Boa de mogelijkheid om strafrechtelijk op te treden. Daarnaast zal er door de gemeentelijke toezichthouder bestuursdwang (of afhankelijk van de situatie en tijdsduur het opleggen van een last onder dwangsom) worden aangezegd.
Constatering zware overtredingen en herhaling/voortduring voorgaande overtreding
Zware overtreding: Dit is een overtreding waarbij acuut gevaar optreedt voor de openbare orde en veiligheid, criminele activiteiten (zullen) worden ontplooid of andere wet- en regelgevingen acuut optreden noodzakelijk maken.
Overtredingen die hier bijvoorbeeld onder vallen:
Blokkeren van nooduitgangen;
Handel in illegale wapens;
Brandgevaar.
Bij een zware overtreding wordt door politie of de Boa direct overgegaan tot strafrechtelijk optreden. Daarnaast zal door de gemeentelijke toezichthouder direct bestuurlijk worden opgetreden. Hiertoe beschikt de gemeente over verschillende instrumenten, zoals het uitoefenen van bestuursdwang, het opleggen van een last onder dwangsom, het (deels) weigeren of intrekking van een vergunning (voor een bepaalde periode) en het innen van een deel van de waarborgsom. Van welk(e) instrument(en) de gemeente gebruik zal maken, zal afhangen van de ernst van de overtreding en de feitelijke omstandigheden.
Overige spoedeisende gevallen
In sommige situaties is direct optreden noodzakelijk. Ondanks de bovenstaande aanpak houdt zowel de politie als de gemeentelijke toezichthouders de bevoegdheid om ook in andere dan de beschreven situaties direct op te treden.
evenementenbeleid, versie 2.0, 02-06-2008 38
Bijlage 5. Noodhulproutekaart
Voetnoten
De Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) heeft haar beleid t.a.v. evenementen verwoord in een aantal brochures, te vinden op www.vwa.nl. Terug naar voetnoot-referentie 1
Personen die vanwege beperkte mobiliteit of vanwege verstandelijk functioneren in beginsel hulp van anderen nodig hebben om bij brand een tent veilig te kunnen verlaten. Terug naar voetnoot-referentie 2
Begrip zoals gedefinieerd in de Brandbeveiligingsverordening Terug naar voetnoot-referentie 3
Zie voor uitleg van het begrip inrichting op pagina 6 onder het kopje Collectieve en incidentele festiviteiten tweede alinea Terug naar voetnoot-referentie 4
Let op! in deze situatie 3 dB(A) gevelcorrectie Terug naar voetnoot-referentie 5